Raampje

Wie steeds maar kijkt

naar wat er allemaal niet gaat

ziet niet meer dat er altijd

ergens toch een raampje openstaat

Natasja Hoogerheide

 

Copyright © 2016 

fullsizerender

 

Pareltjes

Een van mijn meest dierbare blogs, eerder gepubliceerd op de website van Uitgeverij Pica op 14-07-2014

‘Juf…’ fluistert ze zacht.
Ik hoor het maar net. Als ik me omdraai staat ze daar. Heel even. En weg is ze weer. Klein, blond en verlegen is ze. Stil. Praten doet ze nauwelijks. Ik had haar al gezien. In de aula, waar ze zat te werken aan de computer. Als ik mijn deur uit loop, zie ik haar nog net lopen. Naar de trap.
‘Wat leuk dat je even gedag kwam zeggen,’ lach ik haar toe.
Ze blijft staan.
‘Mooie vlinders heb je op je trui. Ik hou van vlinders.’
Een klein glimlachje krijg ik, een glinstering in haar ogen. Een cadeautje.

Zomaar een meisje. Met een dossier. Het dossier ligt ergens op een bureau. Belangrijke mensen gaan ernaar kijken. Waarom ze zo stil is. Wat nodig is voor haar. Wat passend is. Is onze zorgstructuur toereikend genoeg voor haar? Daar ga ik over. Ik ben de intern begeleider. Van een kleine school. Regulier. Een school waar geen dossiers op zitten. Gelukkig niet. Op onze school zitten kinderen. Zoals het stille meisje. Ze kent me. En ik ken haar. Ze wil gezien worden. In haar eigenheid. De gesprekjes met haar waren bijzonder. Ook met weinig woorden kun je een mooi gesprek voeren.

Zoals Tim. ADHD. Rugzak. De belangrijke mensen hebben zijn dossier al gezien. Elke week werk ik een uurtje met hem. Sinds het begin van dit schooljaar. Hij kletste honderduit. Over van alles. Maar ik moest vooral niet te dichtbij komen. Dan blokkeerde hij. Tot het tovertrucje. Heel simpel: een kopje thee! Stralend zit hij tegenover me. Enthousiast roert hij in zijn mok. De spetters vliegen over de tafel. Geeft niks. Hij slurpt de warme thee genietend op. En hij vertelt. Over hoe het was om eerst op een speciale school te zitten. Dat hij met de taxi ging. Hoe het voelde. ‘Gaan we de volgende keer weer theedrinken?’ vraagt hij als ik met hem meeloop naar de klas. Zeker wel!

Thom. Over hem heb ik al geschreven. Hij wordt soms wel moe als ik met hem praat. De gesprekken zijn intensief. We hebben heel wat uit te zoeken. Hoe het werkt in zijn hoofd. Waarom iets soms niet lukt. Wat zijn denkpatroon is. ‘Juf, ik zou graag voortaan aan het eind van de dag met je praten, want als ik daarna nog naar de klas moet, kan ik niet meer opletten.’ Duidelijk. Voortaan doen we het zo.

Eva. Bijna 12 is ze. Downsyndroom. Al zeven jaar bij ons op school. Zeven jaar passend onderwijs. We zijn er maar wat trots op dat ze bij ons is. Ik besteed veel tijd aan haar. Helaas de laatste weken vooral aan haar dossier. Precies zoals ik het liever niet zou willen. Ik ben aan het regelen. Aan het zorgen dat de zorgstructuur om haar heen op hetzelfde hoge niveau blijft als het nu is. Aan het stoeien met hoe het nu precies zit met de compensatiemaatregel AWBZ. Ik merk hoe vaste gezichten om haar heen worden wegbezuinigd door zorginstellingen waar we zorg voor haar hebben ingekocht. Vanwege de Jeugdwet en het inkoopbeleid. Het gaat ons lukken. Linksom of rechtsom. Eva hoort bij onze school. Juist nu, nu passend onderwijs ingaat. Juist nu zou het makkelijk moeten zijn.

Ze zijn de pareltjes van mijn werkdag, de kinderen. Ik maak tijd voor ze, hoe druk het ook is. En druk is het. Passend onderwijs, ondersteuningsprofiel, opbrengsten, groepsplannen, zorgplan, coachen, antipestwet, er moet van alles. Ik doe het allemaal. Ik mail, ik praat, ik luister, ik vergader, ik coach, ik lees. En ik adem. Dat heb ik nu wel geleerd. Morgen is er weer een dag.

Ik fiets naar huis. De dag is voorbij. Mijn andere dag begint. Daar is Zoon. Mijn kind. Autisme. Angsten. Hij is mijn spiegel. Wat leert hij me veel. Dat er kinderen zijn bij wie alles anders gaat dan je bedacht had. Dat het altijd maatwerk is. Dat ik creatief moet denken. Onthaasten. Hij geeft mij kracht. En liefde. Door hem voer ik betere gesprekken op school. Door hem begrijp ik ouders beter. Ik ben er zelf één. Ik voel het, de wanhoop van ouders als ze er nog niet aan willen, dat er met hun kind mogelijk iets niet goed gaat in de ontwikkeling. Ik geef ze tijd. En ik luister. Het mag er zijn. Ik neem ze serieus. Altijd. Ik hoop nog veel mooie gesprekken te hebben.

Huisbezoek

Een van mijn meest dierbare blogs, eerder gepubliceerd op de website van Uitgeverij Pica op 08-06-2015

Trots huppelde ze naast de juf over straat. Haar vlechten dansten op haar rug. Haar ogen schitterden. En ze had haar feestjurk aan, want het was feest. De juf kwam immers op huisbezoek! Haar moeder had gezegd dat de juf tussen de middag kon komen, want dan kon ze meteen lekker mee-eten. Haar moeder had speciaal roti gemaakt. Het rook heerlijk! De juf keek goed hoe ze de kip en de boontjes met haar pannenkoek moest pakken en in haar mond moest stoppen. En ze luisterde naar de stem van haar verlegen leerling, die ineens honderduit kletste in haar eigen veilige omgeving. Of de juf haar kamer wilde zien. Natuurlijk! Snel was het weer tijd om naar school te gaan. Hand in hand huppelde de juf een stukje met haar mee. Op het nippertje waren ze terug op school…

Die juf, dat ben ik. Twintig jaar geleden. Vol idealen, net klaar met de opleiding. Mijn eerste school stond in een achterstandswijk in Rotterdam. Groep 5, vierendertig leerlingen samengepropt in een klein lokaal. De school werd geleid door een markante directeur, die elke ochtend bij de poort stond om de kinderen, die hij allemaal bij naam kende, een hand te geven als ze naar binnen kwamen. Vlak voor kerst kwam een hoogbejaarde pater de kerststal neerzetten, elk jaar weer. Ik had één computer in de klas. En op het schoolbord stond het woordpakket, keurig aan elkaar geschreven, met een krijtje. Na schooltijd bleven er altijd kinderen hangen. De school was een belangrijke plek in de wijk, een rustpunt. Een plek vol warmte voor deze kinderen, die vaak uit sociaalzwakke gezinnen kwamen. Als ik thuis mijn lunch inpakte voor de schooldag, nam ik steevast wat extra brood mee, voor de kinderen die thuis niet ontbeten hadden. Af en toe liet ik alle kinderen overblijven. Dan bakten enkele moeders pannenkoeken. Een luid gejuich steeg op als de schalen met pannenkoeken binnenkwamen. Ik heb nooit meer kinderen zo zien genieten van een maaltijd als toen.

Ik ging bij alle kinderen op huisbezoek. De ene week zat ik na schooltijd bij een Turks gezin op de thee. Op mijn sokken. Ik weet nog hoe zacht het kleed aan mijn voeten voelde. Hoe zoet de lekkere hapjes smaakten. De vader wilde weten hoe het met zijn kind op school ging. Met handen en voeten voerden we een gesprek. Trots zat het kind naast zijn vader. En ik kreeg nog een koekje. Een andere keer at ik bij een leerling tussen de middag mee. Roti. Ik heb ook heel wat kamertjes met Britney Spears-posters gezien. Ik weet nog hoe ik, drie hoog achter, in de gang stond bij een gezin uit Pakistan. Ze leefden op kale matrassen. Je hart draait om de eerste keer dat je zoiets ziet. En het jongetje straalde, want de juf kwam langs bij hém thuis.

Wat een zoet verhaal, denk je misschien. Nee, zo zoet als ik het schrijf was het niet. Er was veel leed. Er was veel armoede. Er was veel verdriet. En dat wist ik allemaal, want ik kwam bij de kinderen thuis, op huisbezoek. En ik hoopte dat ik ze iets kon geven. Een lichtpuntje zijn voor deze kinderen, die elke dag weer blij naar school kwamen, al hadden ze soms nauwelijks iets geschikts om aan te trekken. Na een aantal jaar ben ik ergens anders gaan werken, omdat ik veel dingen normaal begon te vinden, die niet normaal waren. En omdat het ook goed is om los te laten. Het was tijd voor een andere omgeving.

Onlangs las ik een berichtje in de krant. De leraar moest weer op huisbezoek, stond er, om de band tussen school en ouders te versterken en ‘onzichtbare’ ouders en zorgelijke thuissituaties in beeld te laten komen. Of het echt nodig is om op huisbezoek te gaan om de band met ouders te versterken, laat ik in het midden. Dat de leraar in de band moet investeren, staat buiten kijf. Een goede band met ouders is altijd het beste voor de ontwikkeling en het welbevinden van ieder kind.

Ik ben in ieder geval blij met het bericht, want ik kreeg bovenstaande herinneringen terug, uit een tijd waarin we nog nooit van opbrengstgericht werken gehoord hadden. Ik hoorde het Luc Stevens pas nog zeggen: ‘Onderwijsvernieuwing begint met vernieuwing in de relatie met je leerlingen.’ Is dat niet van alle tijden?

Serenitijd

Een van mijn meest dierbare blogs, eerder gepubliceerd op de website van Uitgeverij Pica op 28-09-2015

‘Kijk mama, het mist buiten!’ Stralend staat hij voor het raam. ‘O mama, mooi hè!’ Mijn kind, net wakker. Hij heeft een beetje langer geslapen dan normaal. Dat kan, want het is vandaag zijn rustdag; de hele week naar school gaan is nog geen haalbaar doel. ‘Mama, zullen we in de mist gaan wandelen? Dan lijkt het net een sprookje…’

Even later lopen we samen buiten, om tien over acht. Het is koud. ‘Mama, kijk, zie je mijn adem?’ Het ene wolkje na het andere blaast hij. Enthousiast springt hij op en neer, blij met al die mooie wolkjes. ‘Kijk mama, zie je die blaadjes? Er zitten allemaal glinstertjes op!’ Elk blaadje van de struik wordt zorgvuldig bekeken. En onderzocht. Hoe mooi is het als je tegen het blad tikt en het glinsterende druppeltje glijdt eraf! Verwondering op zijn ontspannen gezicht. Rode wangen. Grote, stralende ogen. ‘Zie je de mist op het gras, mama? Ga jij zo met mij hier staan, dan maak ik een selfie!’ Met onze rug naar het gras gaan we staan. Trots slaat hij een arm om mij heen. Met zijn andere arm houdt hij zijn telefoon voor ons.
‘Kijk mama, nu staan we in de mist, kijk maar op de foto!’

Een mama en een kind, zoon en ik, samen in de mist. Even leek het alsof dit de wereld was. Een verstilde wereld. Wij samen, niets anders. De spanning en de stress van het wennen aan zijn nieuwe school ver weg. De tijd van de klinische opname ver achter ons. Het regelen van de zorg en alles daar omheen telt even niet. Hoe ik nu in vredesnaam de combinatie werk en zorg goed geregeld krijg, daar denk ik ook niet aan. De tijd lijkt stil te staan. Een luchtbel. Kalmte. Sereniteit.
Zwijgend slenteren we door, zijn grote jongenshand in de mijne. Het wordt al lichter buiten; de zon probeert door de mist te breken, het is al iets minder koud. Bij de bakker kopen we twee croissantjes. ‘Lekker mama, dit is het knapperigste croissantje dat ik ooit gegeten heb.’ Gul gooit hij een stuk van zijn lekkernij naar de eenden. ‘Ja, jullie mogen ook meegenieten hoor!’ roept hij. ‘Kijk mama, ze lopen achter me aan, zo lekker vinden ze mijn croissant!’ We zijn bijna thuis. De zon breekt door; weg is de mist…

Thuisgekomen glijdt hij op de bank. Tijd om te ontprikkelen. Ik zie hem langzaam verdwijnen in zijn eigen wereld. Ik kijk naar hem. Mijn schat. Wat ontroert hij me weer. Hoe hij daar ligt met zijn grote, twaalfjarige lijf. Zo ontspannen, zijn lange donkere wimpers rustend op zijn konen. Kon er maar wat vaker mist zijn buiten. Kon hij maar wat vaker in zijn tempo bij elk glinsterend blaadje stilstaan. Kon hij maar wat vaker gewoon verwonderd zijn over zoiets prachtigs. Kon de tijd maar af en toe stil staan. Gewoon even niks, rust. Het is zó nodig.

Kinderen met autisme hebben tijd nodig, veel tijd. Om te kunnen zijn wie ze zijn. Om de volgende sprong te kunnen maken. Om zichzelf te kunnen ontplooien. Ze passen vaak niet in een standaard protocol. Al dat gejaag maakt ze onrustig. Of boos. Angstig. Hun ontwikkelingsleeftijd maakt dat ze regelmatig op een ander niveau aangesproken moeten worden dan je van hun kalenderleeftijd zou verwachten. Kinderen met autisme zijn authentiek. Hoe mooi zou het zijn als we de tijd zouden nemen om te reizen naar hun wereld. Om te gaan wandelen in de mist. En gewoon een poos stil te staan en hen te volgen in hun verwondering en blijdschap. Verwondering over alledaagse dingen, waar wij allang aan voorbij rennen, waardoor we ze niet meer zien. Zie hoe sereen kinderen met autisme vaak zijn. En hoe puur. Hoe echt!

Reis eens wat vaker naar hun wereld. Zie wat een mooie dingen er dan gebeuren. Verwonder je erover, kijkend door hun ogen. We kunnen zóveel van hen leren. Ik vraag een ieder die dit blog leest om eens stil te staan. En te bedenken of alles dat we doen er nu wel werkelijk toe doet. Moeten we maar door blijven rennen in een wereld vol regels en protocollen? Of zouden we ook eens kunnen stilstaan? Is dat niet de boodschap die deze kinderen ons geven? Om te onthaasten? Sta eens wat vaker stil en kijk… Ziet de wereld er ineens niet veel mooier uit? Ik wens je verwondering en veel tijd: serenitijd.